Zonder Nadenken

Dialoog over de psychodiagnostische relevantie van oermotieven.
Goltstein & Goltstein
ISBN 978-90-8757-008-8
Uitgeverij Goltstein
Euro 20,- incl. verzendkosten

Zonder Nadenken

Dialoog over de psychodiagnostische
relevantie van oermotieven

Goltstein & Goltstein

De dialoog in dit boek behelst de ontmoeting van een theoreticus en een practicus. De practicus, de klinisch psycholoog Ger Goltstein, heeft de theoreticus, zijn puur wetenschappelijk georiënteerde zoon Geert, nodig om niet, door begeerte verblind, evolutionaire gedragsverklaringen voortijdig toe te passen op spreekkamercasuïstiek.
De dialoog neemt vele wendingen aan en verplaatst zich globaal via het traject van de levensfasen, zoals homo sapiens sapiens die zeker al meer dan 100.000 jaar kent. Niet zelden wordt daarbij opzij gekeken naar de ontwikkeling en manifestatie van gedragingen bij andere sociale zoogdieren.
De dialoog mondt in de laatste hoofdstukken uit in een stellingname ten opzichte van de gangbare klinische psychodiagnostiekbeoefening. Ger kiest uitdrukkelijk voor incorporatie van het begrip ‘functie’, zoals Jannes Eshuis dat vanuit het gedragsmodel van Niko Tinbergen verder heeft ontwikkeld. Hij concludeert dat juist de vraag naar het (evolutionaire) motief essentieel is voor een valide taxatie van probleemgedrag.
Dit boek kan worden gezien als een inspiratiebron voor eenieder die geïnteresseerd is in de evolutionaire betekenis van ons gedrag.

Uitgeverij Goltstein - Overasselt

ISBN 978-90-8757-008-8

252 pagina's gebonden ingenaaid

Illustratie: Jan Hendriks

Senior

Ger Goltstein (1944) is klinisch psycholoog. Na zijn afstuderen aan de Nederlandse Politie Academie in 1967 was hij als officier werkzaam bij de Amsterdamse politie. In deze functie groeide al snel interesse in de achtergronden van deviant gedrag, welke interesse uiteindelijk, na aanvankelijk een gedeeltelijke studie criminologie, uitmondde in de studie klinische psychologie welke hij in 1975 afrondde aan de Vrije Universiteit.

Intussen had hij de politiedienst verlaten en was hij benaderd voor deelname aan de opzet en uitbouw van een nieuw psychiatrisch streekcentrum. In 1979 werd hij gevraagd als “bouwpastoor” voor een Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis en de opzet en ontwikkeling van een afdeling medische psychologie in een stadsziekenhuis, aan welke afdeling hij 20 jaar leiding gaf. Naast vele bestuurs- en opleidingsactiviteiten was hij praktiserend verbonden aan een vrijgevestigde groepspraktijk voor klinische en eerstelijnspsychologie. Inmiddels is hij met pensioen.

Junior

Geert Goltstein (1974) studeerde enkele jaren geofysica voordat hij, teleurgesteld door de weinig kritische houding van de opleiding en geïnfecteerd door de bibliotheek van zijn vader, besloot te kiezen voor de studie psychologie aan de Universiteit Utrecht. In de loop van zijn ruim tien jaar student zijn groeiden de kansen en interesse om mee te werken aan de ontwikkeling en uitvoering van onderwijs.

De nieuwe cursus evolutionaire psychologie onder leiding van Akko Kalma gaf hem de mogelijkheid zijn kijk op onderwijs zowel digitaal als in levende lijve te presenteren aan de benieuwde studenten; kansen en interesses die hem de zin in afstuderen verder ontnamen.  De laatste jaren werkte hij aan de Open Universiteit Nederland, Faculteit Psychologie, op het gebied van onderwijs en ict, met onderwijsproducten op het web en webproducten voor het onderwijs.

 

Verantwoording

Het was de laatste jaren al vaker voorgekomen dat tijdens academische discussies tussen Ger en Geert de sfeer ontstemde door het cultuurverschil dat steeds weer aan de oppervlakte kwam. Geert, opgevoed in theoretisch-psychologische traditie, wars van generalisaties naar individuen en van denken vanuit individuen, kritisch over leertheoretische pretenties en toegerust met een behoorlijke kennis van de evolutionaire psychologie, gruwde niet zelden openlijk bij de voortvarendheid waarmee Ger, doordrenkt met psychodynamica, behavioral medicine en klinische neuropsychologie, evolutionaire inzichten van toepassing verklaarde op individueel gedrag. Op het eerste gezicht lijkt het dan te gaan om het tegenover elkaar staan van een theoreticus en een practicus, maar terzake ingewijden begrijpen dat het spanningsveld wellicht eerder wordt bepaald door het verschil in levensfase; de een vertoeft in een zekere gevorderde leerfase met verse ervaringen en jonge, stevige standpunten, terwijl de ander in een evaluatie fase verkeert met drang om zijn ervaringen door te geven aan volgende generaties.

Intussen speelde Ger al enige tijd met de gedachte om een poging te doen om vanuit de evolutionair-psychologische literatuur aanknopingspunten te verzamelen ten behoeve van in zijn ogen geboden verbreding en verdieping van de klinische psychodiagnostiek. Het respect voor Geert’s kritische opstelling bracht hem op de idee van een gezamenlijke inspanning; hij zou Geert vragen om met hem in boekvorm verslag te doen van een te ondernemen gezamenlijke zoektocht naar mogelijkheden van integratie van evolutionaire en klinische psychologie.

Geert stemde in en uiteindelijk werd gekozen voor de dialoog als vorm, net zoals Jean-Francois Revel en zijn zoon Matthie Ricard in “De monnik en de filosoof”. Deze dialoog zou, nagenoeg onbewerkt, de inhoud van het boek vorm moeten geven. Het zou dus geen leerboek maar een oriënteer- en stimuleerboek moeten worden, waarin de lezer uitgenodigd en uitgedaagd wordt mee te denken en in discussie met hen eigen standpunten te ontwikkelen.

Vooral dankzij Huub Lenoir, die als kritisch voorproever de nodige feedback leverde, kwamen Ger en Geert er al snel achter dat de dialoog toelichting vereiste, wilde de beoogde participatie van de lezer tot stand komen. Er werd voor gekozen om die toelichting vorm te geven als tekstbox en om de dialogen afzonderlijk te voorzien van een kort voorwoord.

Tussentijdse gedachtenuitwisseling met Jannes Eshuis hielp mee om de dialoog op koers te houden en bracht Ger en Geert er van tijd tot tijd toe om eens op hun hoofd te krabben.

Loes Goltstein, die voor de helft de genen draagt van Ger en Geert, nam de taak op zich om de gesproken teksten uit te typen en Jos Goltstein, voor een achtste verwant aan Ger en een zestiende aan Geert en Loes, verklaarde zich bereid als uitgever op te treden.

De eerste versie in de vorm van een uitdraai werd voor commentaar meegegeven aan twee niet-verwanten: Jac Maurer en Jan Hendriks, die elk op hun eigen manier waardevolle suggesties aandroegen, welke voor zover mogelijk – de dialoog bleef behouden – gevolgd werden.

De dialoog is vooral bedoeld om er plezier aan te beleven, maar wanneer het boek ook nog een plaats in de studeerkamer krijgt zal dat het overleven van de gepresenteerde aanbevelingen ten goede komen.